Feed on
Berichten
Reacties

 

In momenten van opperste meligheid durf ik me wel al eens in lovende termen uit te laten over would-be zangertjes en zangeresjes die, mochten ze ooit al een muziekschijf op de markt brengen, ik nooit ofte nimmer tussen mijn cd-collectie zou willen terugvinden. Dan nestel ik me gemoedelijk, een dampend juliennesoepje binnen handbereik, voor het kleine scherm om een talentenjacht à la Britain’s Got Talent te aanschouwen.

Zo ook onlangs. Ik had me behaaglijk geïnstalleerd in de wijnrode bank; proper gedoucht, natte haren, pyjama aan. Links van me lag Zora behaaglijk te spinnen. Waldo drapeerde zich dra, na enig gewroet, op mijn schoot. Mijn madam was nog uit werken. Kortom: een typisch avondje Menck-is-alleen-en-voelt-zich-ook-zo-en-verveelt-zich-wel-een-beetje, zeg maar.

Een twaalfjarig meisje, genre ‘ik lust worteltaart, zie je dat niet?’, verscheen op het scherm. Het kind was hooglijk verlegen maar trotseerde moedig de honderden blikken vanuit de zaal. “Ik ga een stukje aria ten berde brengen,” verkondigde ze timide. “Ave Maria”.

‘Ave Maria’ bijgod. In één ruk was ik in gedachten terug bij mijn – eerste – huwelijksviering alwaar deze hoogstemmig begeleide riedel cassettegewijs door de kerk schalde bij het ter communie gaan. Heden ben ik vergeten welke artiest(e) destijds dat door merg en been snijdend stukje opera verzorgde, maar dat het minstens drievierde van de aanhoorders kippenvel bezorgde, weet ik wél nog. Hoe in ’s hemelsnaam zou een twaalfjarige sping-in-‘t-veld me op dusdanige wijze weten te bekoren?

Door gewoonweg te zingen, bleek alras.

Want tijdens – en ook na – dit vol overgave gebrachte stuk was ik een en al thrilled. Het kind bleek een stemgeluid te bezitten dat niemand ooit een pas ontloken puber zou toedichten. Oordeelt u echter vooral zelf:

 

 

Een tweede Paul Potts in wording, zowaar.

En nee, het was nog niet afgelopen met de kippenvelmomenten. Want een zekere Madonna Decena, een drieëndertigjarige Filippijnse met een verhaal, moest dan nog haar moment de gloire beleven. Met de meest gekende van la Houston wist zij eenieder van haar verreikende stemgeluid te overtuigen. En overtuigen deed ze, getuige onderstaande clip:

 

 

Ach ja, bij momenten ga ik wel eens overstag. Pint u mij daar vooral niet op vast. De zomerse temperaturen van de afgelopen dagen doen gekke dingen met een mens. Al staat ‘gek’ in dit verband toch veeleer garant voor ‘toch wel mooi’. En dat is altijd mooi meegenomen, natuurlijk.

 

Gastbloggers hebben er de afgelopen dagen voor gezorgd dat deze stek niet geheel op non-actief kwam te staan. Waarvoor dank, vaneigens.

Of mijn vat af is?

Bah neen, gij.

Ziehier, ex tempore, een greep redenen waarom ik het bloggen dezer zonnige dagen eventjes met volle goesting de rug toekeer.

 

Als u mij nu wilt excuseren; mijn cocktail wacht. Ik hoop voor u hetzelfde, dat spreekt.

 

In volle verwachting

Onderstaande post werd geschreven door gastblogster Chelone in het kader van dit estafettehoutje.

.

 

Het slagen in de opvoeding van een huisdier heeft veel, zoniet alles, met het baasje te maken.

Bij mij lukt dat niet zo goed. Mijn karakter is wellicht te wispelturig en ik ken nauwelijks rituelen of wetten. Consequent en praktisch ben ik al evenmin. Ik droeg deze tekortkomingen over naar mijn dochters. Gelukkig vullen hun partners die hiaten in.

Madam Menck kijkt bijvoorbeeld veel helderder naar de wereld. Een intelligente vrouw die werk en vrije tijd op de meest optimale manier weet te combineren. Zo snap ik niet hoe zij elke week in een ander levensritme valt en daaraan perfect haar huishouding weet aan te passen. Het gaat evenzeer mijn petje te boven dat zij het telkens weer klaarspeelt om in no time twee wildvreemde poezen aan elkaar te koppelen. Hoe versier je het dat die vriendjes worden, samen slapen en samen spelen? Dat is iets waar ik maar niet in slaag.

Babi, mijn jongste kattinneke, dat helaas een finaal spuitje moest krijgen, is moeilijk te vervangen. Zelfs met vijf overgebleven poezen voel ik de leegte nog altijd. Mencks madam ging echter, in haar vrije tijd en zonder dat ik van iets wist, op zoek naar een opvolgertje voor Babi. Dat ene poesje dat in haar ogen keek en in de ban geraakte van haar natuurlijkheid zou ik van haar krijgen. Voor mijn verjaardag.

Vandaag kreeg ik een mailtje van haar met enkele foto’s van een ronduit prachtig katertje. Het heeft een wit neusje, een wit baardje, een wit buikje en witte sokjes. Voor de rest is zijn pels honderd procent noir magic. Een Bruggelingetje. Slechts acht weken oud, pas in een nieuwe omgeving en het wil al op de schoot!

Het katertje zal nog enkele dagen onder de vleugels van Mencks wederhelft verblijven om goede manieren te leren. Bij mij zal het vervolgens – enigszins noodgedwongen – geleerd worden hoe zich te verdedigen tegen de boze poezenwereld in casa Chelone.

En ik, ik zit hier al gans de dag dolgelukkig te wezen en stapelgek van verlangen te worden. Ondertussen zoek ik koortsachtig naar een naam die bij dit schatje zal passen. Iemand enkele suggesties?

  

Chelone heeft Madame uitgenodigd om op haar blog te komen gastbloggen.

.

Blauw

Deze post werd geschreven door gastblogger Osahi van Het Osahi Complot.

 

 

We zaten tegen elkaar aan, op een bank, ergens te Gent. De duisternis had zich al over de stad gevleid en werd bestreden door tientallen straatlantaarns en voorbij schrijdende koplampen. Ze lag met haar hoofd tegen mijn borst en draaide haar vingers in de lokken langs mijn hals. Op de huid van haar arm waren tientallen kippenvelbolletjes geëxplodeerd. Ik probeerde ze zachtjes weg te wrijven terwijl ik af en toe teder in haar vlees kneep. Zo luisterden we een tijdje naar het gemompel van de stad, tot de rust me nerveus maakte en de stilte aan flarden moest. Blijkbaar zat de schrik om te verglijden tot de ‘dining dead’, soulmates die elkaar niks meer te zeggen hebben, er nog steeds in.

“Aan wat denk je?”

Ze haalde haar schouders op.

“Aan niks… Ik genoot gewoon van het moment.”

“En nu heb ik het verkloot.”

Ze glimlachte.

“Zoiets…”

Ik drukte een kus in haar haren en ving de geur van haar shampoo. Ze haalde haar hoofd van mijn borst en keek me aan.

“Morgen doe ik niet veel, denk ik… Jij?”, vroeg ze.

“Kleren kopen…”

“Serieus?”

Ik knikte.

“Werd tijd.”

Ze zei het alsof het geen grap betrof. Ik keek even naar de plunje die ik nu aanhad: die kleurrijke sweater waar ze zo van hield en mijn 501 die perfect rond de kont bleef hangen. Alleen mijn schoenen leken om vervanging te smeken.

“Meen je dat nu?”

“Maar nee, zotteke…”

Ze aaide mijn haar uit model.

Ik grinnikte schaapachtig. Als het op uiterlijkheden aankwam was ik snel te foppen.

”Wat ga je kopen dan?”

“Och, gewoon… ‘k Zie wel…”

“Vertrouw me. Koop een hemd.”

“Hmmm… Lang geleden dat ik er nog één droeg.”

“Je zou er super mee staan…”

“Denk je?”

“Uhu… doe het voor mij.”

“Jij draagt anders ook niet steeds een rok. Hoeveel subtiele hints ik ook geef.”

“Koop een blauw hemd, effen blauw. Of zwart.”

“Nog iets?”

“Geen shirt eronder. No way! Echte mannen dragen niks onder hun hemd”

Ze begon aan mijn kleren te frunniken en monsterde me van kop tot teen.

“Ja, zo’n mooi, donkerblauw, effen hemd. Zou perfect zijn.”

“Eigenlijk wou ik liever een zomerse trui of zo.”

“Een hemd, Osahi!” Ze knipoogde en glimlachte die lach van haar. Er bleef een giecheltje in haar keel plakken en het bruin van haar ogen vertoonde geel glimmende spetters. Ik smolt.

“Oké… ik zie wel.”

De giechel ontsnapte nu helemaal. Ze boog zich naar me toe en drukte haar lippen tegen mijn wang. De afdruk voelde fris aan in het briesje dat opstak. Haar arm plooide zich weer om mijn middel en haar hoofd maakte een nestje op mijn schouder.

“Een hemd… Wordt prachtig.”

 

En daar ging ik dan. Winkel binnen. Een eerste afslag meteen richting hemden. Vliedende ogen langs verschillende kleuren tot ik het vind: blauw! Moeder, hoedster van de heilige creditcard, kwam sloom achter me aan gesloft.

“Jij gaat snel.”

“Ja… ‘k Denk dat ik hier al iets gevonden heb.”

“Een hemd? Dat is eeuwen geleden.”

Ze liet haar blik afglijden naar een stapeltje retrotruien, pikte er een op en hield het in de lucht, met één oog gesloten zodat haar dieptezicht vervaagde en het leek alsof ik me al in dat onding gehesen had.

“Schone trui? Nee?”

“Ik ga voor het hemd ma… Ik kan er wel één gebruiken.”

“Je koopt er dan toch wel een T-shirt bij. Voor eronder?”

“Niet nodig.”

Ik stapte haar vastberaden voorbij, het hemd op de arm, speurend naar de kassa’s.

“Zeker van?” riep ze me na. Voor ze de moeite nam me te achtervolgen moest ze zeker zijn of ik me niet bedenken zou.

“Ja ma, een mooi blauw effen hemd. Perfect is dat.”

 

 

Osahi heeft Suiadan uitgenodigd om op zijn blog te komen gastbloggen.

Bitterzoete afdronk

 

Hij nam het glas en hield het even omhoog. Een wijl staarde hij ernaar, geboeid de kleur inspecterend en uitdrukkelijk naar vlekken speurend. Daarna hield hij het glas lichtjes schuin, bracht het vervolgens naar zijn neus en snoof, lang en diep en opzichtig. Even werd de wijn gewalst. Daarop volgde weer een geurtest. Toen proefde hij. Dat ging met een licht slurpend geluid gepaard. Hij liet de wijn heen en weer gaan in zijn mond en slikte hem tenslotte traag door. Het obligate aftasten van het gehemelte met de tong was de laatste stap.

Aan de tafel keken tien mensen naar hem. Niemand zei iets noch verzuchtte. De fascinatie hiervan ontging me.

“Nee.”

Hij keek even naar de kelner en schoof toen ostentatief het glas met een wijnbodempje erin voor zich uit.

De kelner was ontdaan. Alleen ik zag het, omdat de man vlak naast me stond. Zijn mond vertrok lichtjes en zijn ogen gingen iets wijder openstaan. ’s Mans etiquette was verder voorbeeldig. Hij zweeg en wachtte af, schijnbaar onaangedaan.

“Wat nou, nee?” Ik keek naar Johan.

“Deze wijn is ondermaats,” verdedigde Johan zich.

“O, echt?” Ik griste het glas, kapte de inhoud in mijn mond en slikte die uitdrukkelijk hoorbaar door.

“Niks mis mee,” richtte ik me tot de ober. “Fijn wijntje, zelfs. Dit heerschap hier…” Ik wees naar Johan. “…heeft ongetwijfeld een verkoudheid. Krijg je een bijzonder slechte smaak van.”

De ober knikte beleefd. “Mag ik bedienen, meneer?”

“N…”

“Jazeker,” was ik Johan voor. Ik wierp hem mijn giftigste blik toe.

De kelner bediende eenieder en wandelde vervolgens keukenwaarts.

“Hier sè, meneer kent iets van wijn.” Johan draaide zijn stoel in mijn richting en kruiste zijn armen.

“Johan…” begon zijn vrouw.

“Zwijg, Evelien. Dit is tussen Menck en mij.”

“De sfeer hoort hier anders wel feestelijk te zijn,” verdedigde zijn vrouw zich.

“Dat zou ze zeker geweest zijn met een kwaliteitswijn, maar niet met deze… deze boecht.” Hij spuwde het laatste woord uit als was het een halfvergane slak die ineens op zijn tong lag.

“Ben jij van nature zo’n omhooggevallen pik of heb je daarvoor gestudeerd?” Ik keek Johan recht in de ogen, nam mijn glas en nipte traag van de wijn. Die was dus echt niet slecht, zoveel was zeker.

“Toevallig, meneer Menck, heel toevallig ben ik al menig jaartje met wijn bezig. Dat zou jij moeten weten sinds ik je laatst meetroonde naar mijn kelder.”

“Je bedoelt die nis met die bestofte flessen waar geen mens mag aankomen? Leuk proeven, zo.”

“De helft van je wijn is zuur, Johan,” viel Evelien in. “Dat weet je best. Het is jou enkel om het etiket te doen.”

“Ja, Evelien, steek nog maar es een dolk in mijn rug. Daar ben je de laatste tijd goed in.” Zijn ogen spuwden vuur in haar richting.

“Insinueer je iets, misschien?” Ze schoof haar stoel een eindje van tafel. De rest van de gasten volgde de discussie met stijgend ongeloof. Niemand waagde het om iets te zeggen.

“Je weet best wat ik bedoel, mademoiselle. Of om het anders te zeggen: het spul dat jij regelmatig achter mijn rug om proeft, is absoluut géén wijn. Daar ben ik zeker van.”

Eveliens gezicht nam de kleur van haar glasinhoud aan.

“W… Wàt?”

“Komaan, vrouwmens, dacht je nu echt dat ik het niet wist van Pierre en jij? En nee, je hoeft niet zo verontwaardigd te kijken. Iedereen aan deze tafel mag het horen.” Hij vormde een wijde cirkel in de lucht met zijn arm.

“Ga je nou heel dit etentje verkloten, Johan? We hoeven echt geen kennismaking met jullie vuile was,” mengde Yvonne, zijn zus, zich ineens in de woordenwisseling. “Als je ’t toch al zo lang wist van Pierre, waarom begin je er dan hier voor het eerst over? Vind je dat stoer of zo?”

“Yvonne, jij moet…”

“Zwijg! Ik ben nog niet klaar. Waarom denk je dat Evelien naar Pierre gaat? Of Pierre naar haar, dat doet er niet toe. Waaróm?”

Johan zweeg, geheel overdonderd door Yvonne’s woordenstroom. Het mens zei anders haast nooit iets.

“Omdat jij haar verdomme niet goed genoeg meer vindt. Je behandelt haar net als dit wijntje, Johan: als een stuk afgedankte vuillis. Er is totaal niks mis mee, maar meneer streeft altijd maar naar meer en beter. ’t Is nooit goed genoeg voor jou, Johan. Erger: het zal nooit meer goed genoeg zijn voor jou. Zo iemand noemen wij een bespottelijke en over het paard getilde lul, broer.”

Ze nam een slok na haar vurig betoog. Ik had zin om te applaudisseren.

Johan keek naar zijn vrouw en vervolgens naar Yvonne. Hij stond op, nam zijn gsm van de tafel en wandelde, zonder nog een woord te zeggen, het restaurant uit.

Het huilen stond Evelien nader dan het lachen. Ze boog het hoofd.

Yvonne stond op, stapte op haar toe en sloeg een arm om haar schouder.

“Iedereen hier weet het al lang van jou en Pierre.”

Evelien keek naar Yvonne.

“Echt?”

“Maar ja, kind. Bovendien staat eenieder als één man achter je. Johan is een klier. ’t Is mijn broer en ik kan het verdomme weten.” Ze glimlachte.

Ik nam mijn glas en hield het omhoog.

“Met deze uitermate fijne wijn wil ik graag een toost uitbrengen. Op Evelien en Pierre.”

“Op Evelien en Pierre!” klonk het in koor. De glazen werden geheven. Evelien wiste een traan weg, nam toen haar glas en hield het ook omhoog. Er speelde een glimlach om haar lippen.

There’s a party!

 

[ “Wel, Menck…” zei Jeroen, terwijl hij traag zijn sigaret uitdrukte, “…zal ik jou eens een écht straf verhaal vertellen over hem?”

We hadden ons net een kwartier aan een stuk zitten bescheuren over Bart, een gemeenschappelijke vriend. Na wekenlang vruchteloos te hebben gesolliciteerd, werd hij afgelopen vrijdag dan toch ergens voor een tweede maal uitgenodigd voor wat ‘een verder gesprek’ heet. Bart was apetrots geweest toen hij het ons de donderdagavond voordien had verkondigd. De arme sukkel heeft het helaas verknald. Letterlijk. ]

 

Wordt vervolgd, toch?

Jazeker, maar wel bij Georgina. Waarmee ik meteen keurigjes haar estafettehoutje heb opgevangen.

Gaat dus daar lezen, gij allen.

En produceer ook es een schrijfsel voor deze stek, beste AnnemieChelone en Osahi. Mail me jullie pennenvruchten door op het e-mailadres dat te vinden is in de rechterkolom van mijn blog. Zonder enige verplichting, vanzelfsprekend.

Tuin bijt man

 

Her en der duiken de reiskriebels terug op. Menig tafel is dezer dagen getooid met kleurrijke vakantiebrochures, kaarten en vertaalgidsen. “Waar gaan jullie naartoe?” moet op dit moment zowat de meest gestelde vraag zijn; “Dat het maar gauw juli is” de vaakst gebezigde verzuchting.

Edoch, (steeds schaarser wordende) uitzonderingen bevestigen de regel. En voor de gazet staat een uitzondering gelijk aan een curiosum waaraan ze wel een kwartpagina willen wijden. “We hebben een uitstervend ras gevonden!” klonk het op de redactie. “Stuur er een reporter en een fotograaf naartoe. Dit moet voor het nageslacht bewaard worden.”

Alzo geschiedde.

Man Bijt Hond, maar dan op papier.

 

Stop & (Re)start

 

Ik was nog een relatief internetgroentje toen ik al blogs las. Dat was lang voor het begrip ‘blog’ zowat gemeengoed werd. Er waren destijds niet bijster veel online-dagboekgewijsschrijvende zielen, maar Merel Roze was/is zo’n pionier die ik meermaals per week een bezoek bracht/breng. Later kwamen daar onder meer Dominiek en Lilith bij.

Merel vierde afgelopen week haar zevende blogverjaardag. “De zeven vette jaren zijn voorbij,” zegt ze zelf, “maar de seven year itch is hier nog afwezig” vervolledigt ze gelukkig.

Anders is het gesteld met Lilith die, na vijf ononderbroken – aardig succesvolle – blogjaren, een einde breit aan haar ‘Tales From The Crib’. Of dat einde definitief is, laat ze veiligheidshalve maar even in het midden. Bloggen is tenslotte een soortement van microbe die je ineens weer kan overvallen.

Jammer, want Lilith is een blogster die ik zeer weet te pruimen. Haar schrijfsels zijn niet zelden recht uit het leven geplukte stukjes herkenning, gegoten in een taalmal zonder bramen. De vlotte leesbaarheid van haar vaak eigenwijze woordenmix laat welhaast niemand koud. Naast haar blog update ze ordelijk een gevarieerde Flickr-fotostek die een perfecte aanvulling dan wel vervollediging op haar blogteksten vormt. Onlangs stampte ze bovendien nog de - enthousiast door menig blogster opgevolgde - Wijvenweek uit de grond.

Gelukkig is er ook nog bloggend vrouwvolk dat na een ganse tijd afwezigheid de weblogdraad weer vurig opneemt. Fan van het eerste uur ben ik. Bovendien verschilt haar eerste uur amper met dat van mij.

Linkliefde? Ze is zo mooi, zeg ik u!

Anouk: oud vs. nieuw

 

Weinig zin (en tijd) voor een doorwrocht schrijfsel vandaag, maar een geut muziek gaat er altijd wel in. Laat ik hier toevallig de recentste Anouk in mijn lader hebben zitten: ‘Who’s Your Momma’. ‘t Is een schijfje dat werd ingeblikt onder het toeziende oog van de – aardig gekende – Amerikaanse muziekproducer Glen Ballard. Die samenwerking resulteerde in een gans andere sound dan we van Anouk gewend zijn. De pure, ruige rock van weleer liet ze vallen, net als de vaak opwindende poppy deuntjes. ‘Who’s Your Momma’ is een plaat vol jazz- en soulinvloeden geworden. Daarmee bewandelt de zangeres nog niet eerder door haar betreden paden en lijkt het een beetje alsof ze haar muzikale verleden – al dan niet voorgoed – in de kelders van de geschiedenis heeft opgeborgen.

Voor haar jongste schakelde de Nederlandse een aantal grote meneren uit de muziekscène in. Zo beroepte ze zich voor de video van ‘Good God’ (laatste filmpje hieronder) op ene Jonas Åkerlund (cool, zo’n bolletje op de A). Die Zweedse mens stond in het verleden al meermaals garant voor tal van clips van internationaal geroemde artiesten (denk aan onder meer Moby, Roxette, Metallica, Iggy Pop, Macy Gray, Lenny Kravitz, Madonna, Rammstein en zelfs de Rolling Stones).

Anouk trok verder Glen Ballard, een drievoudig Grammy-winnaar, aan de mouw met het verzoek de cd te produceren. Of ze daar goed aan gedaan heeft, is nog maar de vraag. Niet dat de nummers niet puik in elkaar zitten, maar het geheel klinkt toch net iets te gepolijst. Van Anouk verwacht je een zekere rauwheid en gespierdere, van ballen voorziene songs.

Edoch, misschien moet ik maar es leren aanvaarden dat kleine meisjes groot – en ouder – worden en mede daardoor de tienergerichte muziekjes gaan inwisselen voor een meer volwassen sound. Die is overigens prima te verteren, maar een wijl wennen is het wel.

 

 

Kleintjes…

 

 

…worden groot.

 

 

 

In mijn inderhaast aangeschoten badjas liep ik de straat op. Die werd stroboscopisch verlicht door drie blauwe zwaailichten. Twee politiecombi’s stonden halvelings op de stoep geparkeerd. Wat verderop bevond zich een MUG-voertuig temidden van de rijweg. De sirenes waren het zwijgen opgelegd.

“Ook al wakker?” vroeg ik grijnzend aan mijn overbuur. Ik moest mijn stem verheffen wegens het helse kabaal dat de laaghangende helikopter veroorzaakte. Landen deed hij evenwel niet.

Buurman grinnikte onhoorbaar. “Een ongeval?” Zijn stem klonk schor.

“Dunno. Er is in ieder geval niks te zien.”

Ineens floepte onder de helikopter een sterk zoeklicht aan. Dat begon ogenblikkelijk het nabije stuk toekomstige bouwgrond af te speuren. Minutieus kamde de felle lichtbundel het oppervlak in de lengterichting uit. Daarna zwenkte de helikopter wat opzij en trok de lichtstraal een nieuw baantje. De lap grond was dichtbegroeid met overmaatse bremstruiken en onkruid dat op veel plaatsen in hoogte de meter oversteeg. Naar wat of wie er ook werd gespeurd, het leek me zoeken naar een naald in een hooiberg.

Enkele agenten troepten samen. Een van hen onderhield radiocontact met het toestel in de lucht. Als hij sprak, keek hij naar de helikopter. Het nut daarvan ontging me compleet.

De dikste van de groep keek achterom. Hij maakte met een armgebaar kenbaar dat we maar beter niet konden naderen. Een vrij zinloze geste, want iedereen stond stil.

Er kwam nog een politievoertuig aangereden. Tien meter voor ons hield het halt. De chauffeur, een rijzige mens in jeans en T-shirt maar met een wapengordel om, stapte meteen uit. Vervolgens opende hij de achterdeur en bleef een wijl wachten met zijn hand op de bovenrand ervan. Daarna stapte Sofie uit.

Buurman en ik keken elkaar vragend aan. Sofie is de pronte langharige brunette van een tiental huizen verderop. Ze had overduidelijk gehuild. Even kruisten onze blikken elkaar; meteen boog ze haar hoofd en draaide ze zich om.

“Zou er iets aan de hand zijn met Danny?” Buurmans stem haperde even. “Of… of met Eline?” Eline is hun dochtertje van vier en de oogappel van de buurt.

“Vreemd dat Sofie alleen is. Die flik is duidelijk ook bezorgd.” Ik wierp een hoofdknik naar het tweetal dat nu in de richting van de combi’s wandelde. De agent ondersteunde haar. Voor een van de wagens bleven ze staan. Hij sprak haar toe. Ze schudde kort met haar hoofd en sloeg toen beide handen voor haar ogen. De flik leek een wijl te twijfelen en legde vervolgens in een troostgebaar zijn hand op haar schouder. Daarna dirigeerde hij haar behoedzaam naar de eerste combi.

De helikopter was op dat moment het maïsperceel aan het screenen. Ineens werd de lichtbundel stilgehouden.  Wat toen gebeurde ging heel snel. Een vijftal agenten stoven, zaklantaarns in de hand, de maïs in. Enkele buren waagden zich wat dichter maar werden meteen teruggefloten. Uit de MUG-wagen werd door twee witgejaste personen een dubbelgevouwen draagberrie getild. Daarna werd hen een kartonnen doos aangereikt door iemand die zich nog in het voertuig bevond. Met berrie en doos tussen zich in baanden de twee zich eveneens een weg door de maïsstengels.

Door de meeste, ineens plots geagiteerd babbelende, buren werd er druk gegesticuleerd. Tal van hoofden draaiden constant richting het maïsveld en de erboven hangende helikopter. Geruime tijd viel aldaar geen beweging te noteren. Maar toen stapte er een politieagent uit de maïs. Op zijn arm hield hij een kind dat wezenloos voor zich uit staarde.

“Shit man, da’s Eline.” Buurman klonk aardig ontzet. “Hoe komt die in godsnaam dáár terecht?”

“En waar is Danny?” Ik wilde een sigaret uit mijn zak halen maar realiseerde me dan dat ik mijn badjas aanhad.

Sofie kwam gillend uit de combi gesprongen. Ze stortte zich met gespreide armen op haar dochter en drukte het kind tegen zich aan. De agent die Eline had gedragen, zei iets tegen Sofie. Met haar spruit stevig vastgeklemd, stapte ze vervolgens  opnieuw het voertuig in. De agent schoof de deur dicht, liep de wagen om en stapte aan de andere kant in.

Er ontstond behoorlijk wat beroering in de straat toen de berriedragers, niet geheel zonder moeite, uit de maïs tevoorschijn kwamen. Op de draagbaar lag een volwassenenlichaam toegedekt met een wit laken dat ter hoogte van het hoofd een grote donkere vlek vertoonde. Boven het maïsveld zwol het motorgeluid van de helikopter aan. Het zoeklicht werd gedoofd toen de machine aan hoogte won.

 

 

[ Tien jaar geleden pleegde Danny, vlak voor de ogen van zijn toen vierjarige dochter, zelfmoord middels een mondschot. Zijn dreiging om het kind mee de dood in te sleuren, werd niet uitgevoerd. Aan de grondslag van dit drama lag Sofie die bleek aan te modderen met een minnaar, met wie ze anderhalf jaar later huwde. Dat huwelijk hield acht maanden stand.

Danny had de politie telefonisch op de hoogte gesteld van zijn lugubere voornemen. Daarbij had hij als locatie ‘ergens in de straat’ opgegeven. ]

 

Alle namen en bepaalde situatieschetsen zijn gewijzigd. Het verhaal daarentegen is - helaas - maar al te waar.

3 a.m.: apocalypsnacht (1)

 

Toen mijn madam en ik, nu welhaast tien jaar geleden, deze woning pas betrokken, stonden er hooguit vijftien huizen in de straat. Thans is dat aantal quasi verdubbeld en daarmee zijn alle destijds beschikbare loten bouwgrond ingepalmd.

Een van die lege lappen werd in die dagen gecultiveerd door een landbouwer uit de buurt. Het ene jaar opteerde deze mens voor maïs, het andere jaar ruiste de wind door lavendelblauwbloeiend vlas. De zomer van het jaar waarin het zou bebouwd worden, was het stuk ingepalmd door manshoge maïsstengels waarop wuivende pluimen stonden. De gezwollen kolven voorspelden een rijke oogst. Het was augustus en verzengend heet.

 

De oogstmaand was nog jong toen ik in het holst van de nacht verschrikt wakker schoot.

“Hoorde je dat?” Ik ging rechtop zitten in bed en stroopte mijn bezwete T-shirt naar beneden.

Mijn madam beantwoordde mijn vraagstelling slechts met een kreunende “Hm”. Daarna voelde ik hoe ze loom het laken van zich af duwde en alzo het risico op nachtelijke muggenbeten op honderd procent bracht.

“Heb jij echt niks gehoord?” Ik sprak iets luider dan de fluistertoon van daarnet.

“W-wat dan?” Haar klaagtoon verried irritatie. Ze zuchtte even en draaide zich vervolgens traag op haar zij. Nauwelijks twee tellen later vertraagde haar ademhaling en was ze alweer in dromenland.

Ik stond op, stapte in mijn slippers en verwijderde me zo stil mogelijk uit de kamer. Mijn niet-uitgeslapen madam wens ik zelfs mijn ergste vijand niet toe.

Het licht van de straatlantaarn vlak voor de woning zette de hall in een zachtoranje gloed. Ik ging op zoek naar de poezen. Allicht had een van hen iets omgestoten en verklaarde dat het geluid – het leek op een doffe knal - dat me wakker had gemaakt. In mijn bureau lagen twee katten op de mat. Het derde specimen vond ik op de bamboefauteuil in de badkamer. Een voor een waren ze in een diepe slaap en sloten hiermee zichzelf als dader uit.

Ik stapte de keuken in en knipte het lampje van de dampkap aan. Ook hier zag alles er normaal uit. Daarna vervolgde ik, gewapend met een ei zo na de geest gevende zaklamp, mijn inspectieronde.

Living: check.

Garage: check.

Rest van de woning, de zolder uitgezonderd: eveneens check.

Wat het ook was geweest dat me wakker had gemaakt, het was zo goed als zeker niet in huis tot stand gekomen.

Terug in de keuken, trok ik de koelkast open en greep de chocomelk uit het flessenvak. Ik zette de fles aan mijn lippen. Daarna slofte ik naar het toilet. Hier hing gelukkig een spaarlamp. Die gaf mijn ogen tenminste de tijd om aan het licht te wennen. Ik geeuwde lang en luidop en trok daarna lusteloos een boekje uit het tijdschriftenrekje: ‘1001 sudoku’s’.

“Kut.” Ik schoof het ding terug tussen de magazines in het overladen rek en greep naar een ander exemplaar. Het bleek een beduimelde Flair. ‘Hoe hun nieuwe borsten deze vrouwen gelukkig maakten’ schreeuwde de cover in felrode vetjes. Ideaal voer voor onuitgeslapen nachtelijke potzitters, kortom.

Net toen ik het bewuste tietenartikel wilde opsnorren, hoorde ik de eerste sirene. Het indringende geluid zwol snel aan en werd dra gevolgd door een tweede en een derde.

“Shit,” dacht ik, terwijl ik tegelijkertijd die term in vaste vorm goot. Ik gooide de Flair in de lavabo en rolde een stuk of wat velletjes toiletpapier af.

Toen ik mijn slip ophees, was het geluid van de sirenes verworden tot een door merg en been snijdende kakofonie. Die herrie werd nu ook nog es overstegen door een vlak boven onze woning cirkelende helikopter met duidelijke landingsplannen.

Ik keek op mijn horloge. Bijna drie uur. Wat was hier in godsnaam gaande?

“Menck, wat is dat allemaal?” Mijn madam stond met een verschrikt gezicht in de hall. Haar haardos piekte alle kanten uit.

Ik bracht haar mijn onwetendheid schokschouderend over en trok vervolgens de voordeur open. Op straat stonden een stuk of wat gealarmeerde buren in peignoir. Alleen Dennis droeg slechts een veel te wijde short.

 

[ w o r d t    v e r v o l g d ]

‘Lenteprenten’ - Update

De ‘Lenteprenten’ werden geüpdatet. Met een simpele klik op de onderstaande foto struint u virtueel doorheen de kleuren van eind april in mijn tuin.

 

Multistok

 

[ Maak een foto van wat je vanaf je computer (of door je maximaal 1 stap in welke richting dan ook te verplaatsen) van ‘buiten’ kan opvangen. ]

 

Opvangen? Wat dacht u van een stokje?

De onderstaande foto nam ik in de meimaand van vorig jaar vanuit mijn bureau. Daartoe nam ik een – grote – stap richting het raam en draaide ik mijn hoofd/camera naar rechts. U ziet een vijftal pas ontloken bolacacia’s in door buxushaagjes omzoomde plantvakken gevuld met onder meer akeleien, hosta’s en hydrangea’s. Dit is een noordoostelijke tuinkamer, waar vooral makkelijke en overwegend (half)schaduwminnende planten gedijen.  

De foto’s die ik u onthield, zijn die van ondermeer mijn in evakostuum in de zon liggende en perfect egaal gebronsde buurvrouw (camera recht vooruit gericht), een spectaculair in brand staande reclamezeppelin van ‘Tabasco’ (camera naar boven gericht), een onstuimig uit de vijver opspringende, naar muggen happende tienkoppige kolonie goudwindes (camera naar links gericht) en mijn naar wild spartelende alpenwatersalamanders bijtende kater (camera naar beneden gericht). Edoch, er werd om slecht één foto verzocht. Bij deze, dus:

 

 

Nog stokjes?

Yep. Er wordt druk gegooid dezer dagen. Vaantje wierp drie (boeken)vragen mijn richting uit. Ik geef er met plezier antwoord op.

 

1. Neem tot u het dichtstbijzijnde boek van 123 (of meer) pagina’s.

Ziehier wat – u gelooft het of niet: geheel toevallig – naast me ligt: Het Vaginaboek [ Goedele Liekens, 240 pagina’s ].

 

2. Open het boek op pagina 123 en zoek de vijfde zin.

“We maken een onderscheid tussen hij boven, naast elkaar, langs achteren, zittend of staand, en ‘69’.”

 

3. Noteer de volgende drie zinnen.

“Eén regel: niets hoeft en alles mag, zolang je het maar prettig vindt! Als je seks hebt, kun je daarin vier stappen onderscheiden. 1) Lust: hoe lang je al aan seks loopt te denken, of jullie de hele avond met elkaar hebben geflirt, of of je gewoon op vrijdagavond aan jullie wekelijkse seksavond begint, speelt allemaal een rol bij je hoeveelheid lustgevoelens.”

 

Meer weten? Ik verwijs u graag naar de Standaard Uitgeverij (ISBN 90 7769 241 x) of rechtstreeks naar een bestelling via deze schone site.

 

 

Interesse in deze stokjes? Neemt en schrijft, gij allen.

Magda?

Is het…

 

 

Ik dacht, de spellingsregels in acht nemend, eerder aan:

 

 

of aan:

 

 

Toch?

Schoudervulling

 

Ineens zat er een bultje op mijn linkerschouder. Het opmerken deed ik omdat het jeukte. Een milde jeuk, lichter dan, pakweg, de gekende muggenbeetirritatie. Ik krabde, voelde een hobbeltje en dacht aan een opkomend puistje of een aanverwant uitknijpding. Laten rijpen, Menck. Mijn madam zou dit ettertje naderhand wel leegknijpen. Ik besteedde er dan ook verder geen aandacht meer aan.

Een maand later zat de bobbel er nog. Hij was wat groter geworden. De aanvankelijke mildheid van de jeuk was verworden tot lichte pijn bij het aanraken. Ik vorste de verhoging in de badkamerspiegel. Ze zag enigszins rood. Toen ik ze tussen duim en wijsvinger vatte en wat druk zette, resulteerde dat slechts in tranen in mijn ogen. Een mens zit gek in elkaar, dacht ik. En ik trok mijn shirt weer aan.

Een jaar (!) nadien zat de bult er nog steeds. Ze was groter noch roder geworden. De pijn was mettertijd weggeëbd. Ik maakte me geen zorgen en verzoende me met het feit dat er een bobbel op mijn schouder huisde.

 

Het werd augustus en warm. Maar die bewuste morgen had ik het ijskoud. Ik voelde me misselijk bovendien. Ik vertelde mijn madam dat ik waarschijnlijk een zomergriepje onder de lendenen had. “Ga wat rusten,” adviseerde ze. Zo geschiedde.

’s Namiddags voelde ik me ronduit slecht. De koortsthermometer gaf 38,9 aan. De dokter had spreekuur om zes uur. Om kwart voor zes zat ik al in de wachtzaal, gans alleen, lusteloos bladerend door een twee jaar oude Libelle.

“Ergens pijn?” informeerde hij.

“Mijn rug. Of beter: de achterkant van mijn schouder. Daar zit een soortement van bult die plots aan het groeien is geslagen na zich meer dan een jaar gedeisd te hebben gehouden. Maar daardoor kan ik me toch niet zo ziek voelen?”

De arts monsterde mijn ondertussen zeer vertrouwd geworden hobbel. Zijn ‘o-ow’ deed weinig goeds vermoeden.

“Een furunkel,” concludeerde hij. “Een acute, necrotiserende vorm van een folliculitis.”

“En in mensentaal, dokter?”

“Een steenpuist. Geweldig ontstoken, bovendien. Geen wonder dat je je slecht voelt. Hier komt een zwaar antibioticum aan te pas. We moeten vooral voorkomen dat ze binnenin openbreekt.”

“Kan dat dan?”

“Absoluut. Als die viezigheid in je bloedbanen raakt, ben je nog niet meteen thuis, vrees ik.”

“In dat geval: voor mij een antibioticum, graag.” Ik lachte. Groen.

“Meld je na vijf dagen terug aan. Dan zullen we dat onding eens aanpakken. Of moet ik zeggen: uitpakken?” Hij lachte hardop. Dokters en humor: dat komt nooit goed.

 

Het heeft geen vijf dagen geduurd. Twee dagen later kwam ik van een feestje en ik was stevig in de wind. Een plas drong zich op. Ik opende de deur van het toilet, wilde binnenstappen, maar wankelde wegens het weinig bescheiden stuk in mijn kraag. Het gevolg was dat ik achterwaarts tegen de deurpost knalde… met mijn schouder. De kreet die ik toen slaakte, werd zelfs gehoord tot in de tien kilometer verderop gelegen luchthaven van Oostende en staat aldaar tot op heden nog steeds geregistreerd als een Mayday van onbekende origine.

Ik bespaar u de details. Echt, u wilt ze niet lezen, geloof me. Om toch tot enige verduidelijking te komen, laat ik u sprokkelen tussen de termen ‘gelige pus’, ‘penetrante geur’, ‘lijmachtige etter’, ‘brokken’, ‘lavastroom’ en ‘een halve kop vol’. Dat moet volstaan.

Diezelfde avond zat ik, drankadem incluis, al terug bij mijn huisarts.

“O jee, dit behoeft een grondige verzorging. Er is zelfs een kratertje geslagen.”

“Wat bedoelt u?” informeerde ik voorzichtig.

“Ik bedoel het létterlijk,” zei hij, terwijl hij een grote pul desinfecterend middel uit zijn wandkast haalde.

 

Heden heb ik geen bult meer. In de plaats daarvan zit nu een put. Niet dat je er een vinger kunt insteken of zo, maar een halve erwt zou toch aardig lukken.

Wat ooit een fikse hobbel was, is jaren na datum vanzelfsprekend mooi genezen. Glad velletje erover en al. Maar een putje zal het altijd blijven. Een schouderputje. Zo heb ik ook eens iets dat een ander niet heeft, al bestaat daarover natuurlijk nooit honderd procent zekerheid.

Pochen met úw lichaamsrariteiten mag. In het reactieluik, bijvoorbeeld. Foto’s enkel per mail, graag.

 

Middels zijn/haar blog leren de lezers de blogger/blogster kennen, wordt vaak geopperd. Maar klopt zulks ook een beetje?
Let’s find out aan de hand van een heuse mezelf in vragen-reeks. Die vindt u ALHIER (Jawel, een quiz!).

 

Dropt u even uw score in het reactieluik? Razend benieuwd, vaneigens.

 

(Via)

 

UPDATE: uw scores

 

Dat mijn madam een score van honderd haalt, lijkt me welhaast evident. Ook vriendin Antje kent me voor de volle honderd procent, zo blijkt (al vermeld ik er eerlijkheidshalve bij dat ze me liet weten correct gegokt te hebben aangaande de kleuren die ik verfoei).

Minder comfy voel ik me door het volledig foutloze parcours van Osama Bin Laden. Houdt die mens zich in de bosschage van mijn tuin schuil? Volgt en registreert hij nauwgezet mijn doen en laten? En waar heb ik de papieren van mijn levensverzekering ook alweer gelaten?

De kroon en de kus gaan echter naar Madame Commentatore van het deftige blog der Douchekapjes. Als enige uit blogsaland wist zij op alle vragen een correct antwoord te geven. Zulks verheugt me niet weinig, dat spreekt. —> Zie commentaar nummer 27 in het reactieluik, gij allen!

Het ereschavot deelt zij met twee negentigpunters: Blanche en Nagolore. Hulde en een virtuele fles champagne voor deze aandachtige lezers.

Van de – op dit moment van schrijven – vijfenveertig deelnemers, haalden er tweeëndertig minstens de helft van de punten. Zeer vermeldenswaardig vind ik dat. Geglunder en al.

Nog even meegeven dat alle antwoorden konden worden gevonden op dit blog en zijn pagina’s. Maar afsluiten doe ik graag met de magische woorden: u bent een fijn publiek. Wat zeg ik? Een zéér fijn publiek!

 

Aantal

Naam

Score

1

Madam Menck

100

2

osama bin laden

100

3

Antje

100

4

Madame Commentatore

100

5

blanche

90

6

Nagolore

90

7

Helena

80

8

chelone

80

9

zapnimf

80

10

Margo

70

11

Deftige dame Nel

70

12

micheleeuw

70

13

bram

70

14

Luipaard

60

15

Blah

60

16

Vaantje

60

17

priegelaar

60

18

Jurgen

60

19

Linn

60

20

Aïda

60

21

liesbeth

60

22

Marijke

50

23

wim

50

24

de tuinier

50

25

Oker

50

26

zeezicht

50

27

Tantieris

50

28

yab