Drie voor vijf
mei 15, 2008 door Menck

Enigszins aarzelend nam ik het estafettehoutje van de drie deftige dames aan, want ik herinner me eerlijk gezegd maar bitter weinig van voor mijn vijfde levensjaar. Twee gebeurtenissen zijn me tot op heden echter zeer goed bijgebleven. De derde staat vooral stevig in het geheugen van mijn broer gegrift.
1. Valse kroep

Toen ik twee – of was het nu drie? – lentes jong was, kreeg ik ineens valse ofte pseudokroep. Die beleving was zodanig angstwekkend dat ik ze me allicht immer zal blijven herinneren. Die bewuste morgen leek het alsof een onzichtbare reuzenhand zich ineens om mijn keel sloot en me alzo de bijzonder indringende ervaring van het stikken bijbracht. Mijn inademen ging gepaard met een gierend geluid dat menig buur verschrikt de straat opjoeg. Mijn moeder trachtte, zelf ook behoorlijk aangedaan, mijn benauwdheid met sussende woordjes - doch met bitter weinig resultaat - weg te nemen terwijl mijn vader in allerijl de huisarts optrommelde. Ik vermoed dat ik al goed blauw zag toen die pillenmens in zijn zeepgroene Opel Rekord kwam aangetuft, want in die dagen beschikten mijn ouders nog niet over het moderne wondermiddel dat telefoon heet. Mijn pa was de dokter per fiets gaan verwittigen op een moment dat zowat dertig centimeter sneeuw het wegdek geheel aan het zicht onttrok.
Een wijl heb ik gedacht dat mijn adamsappel zich had omgedraaid in mijn keel en me op die manier de adem had ontnomen. De schrik zat er bij mij zodanig in dat ik op den duur een aversie voor slikken begon te ontwikkelen. Honger en dorst waren meermaals mijn deel toentertijd.
Mocht u nog nooit van valse kroep hebben gehoord: het is een onschuldige virusinfectie die de dag erop alweer verdwenen is. Tracht dat echter maar eens te verkopen aan een uk van drie in ware doodsangst.
2. Superman

Vlak voor ik vijf werd, dook ik dwars door de dubbele beglazing van de ouderlijke veranda en landde twee meter lager met mijn harses op het gazon. De val kwam hard aan, temeer daar mijn vader net het gras had gemaaid. Maar wat erger was: een glasscherf had mijn polsslagader opengereten. Het gevolg was dat een heftig spuitende bloedfontein middels mijn pols de wijde wereld opzocht, daarbij alles binnen een straal van anderhalve meter onder de rode spatten bedelvend. Krijsend kwam ik alras de living binnengerend, mijn gehavende arm recht voor me uit stekend. Mijn vader, die op dat moment in de garage was, kwam hollend op mijn geschreeuw af. In één oogopslag overzag hij de situatie en met een bewonderenswaardige koelbloedigheid rukte hij zijn riem uit de lussen van zijn broek en snoerde die stevig om mijn arm. Het spuiten verwerd op slag tot een stevig gedruppel, waardoor ik mijn kansen op een lang leven weer enigszins de hoogte zag ingaan.
Toen was er wel al telefoon in huis. Via dit beige bakelieten draaitoestel werd dezelfde huisarts prompt gealarmeerd waarna hij in zijn Mercedes cabriolet (ja, de mens had veel patiënten verworven de voorbije drie jaren) richting de plek des onheils scheurde. Ik kreeg een spuit in mijn arm, moest even op mijn melktanden bijten en de wonde werd ter plaatse vakkundig gehecht.
Hoe dit allemaal begon?
Via een kinderlijk spelletje, eigenlijk. Mijn neefje en ik speelden tikkertje in huis. We joegen elkaar op en vonden er plezier in ons tegen iedere muur die we op onze weg tegenkwamen af te duwen en rechtsomkeer te maken. In al mijn enthousiasme zette ik me op een bepaald moment in volle vaart af tegen het raam van de verandadeur. De beglazing weerstond de druk niet, waardoor ik in ware supermanstijl de lager gelegen tuin indook met het bovenstaande gevolg vandien.
3. Shit, broer!

Ik was vier toen ik me, met voorzichtige pasjes, via de steile roodstenen buitentrap tuinwaarts begaf. Op de laatste van de acht treden schoof ik, ondanks mijn behoedzaamheid, toch uit en belandde dientengevolge onzacht op mijn bips. Meteen hoorde ik mijn jongere broertje enthousiast kraaien. Hij zat onderaan de trap op zijn beluierde poepert en had pretlichtjes in zijn ogen. Meteen daarop rook ik wat om god weet welke reden het reukorgaan van mijn broertje geenszins teisterde: hij had de onderste trede ingesmeerd met de nog warme vulling uit zijn langs een kant opengetrokken luier. Ik was uitgegleden over de smurrie en zat er ineens midden in. Luid kokhalzend gooide ik hem al de verwensingen die mijn kleine woordenschat toen rijk was naar het hoofd, en tot vele jaren na de feiten ben ik hem sardonisch strontjoch blijven noemen.
Dit stokje ben ik al zodanig vaak tegengekomen dat ik geeneens meer weet wie het reeds ontving. Voor zij die zich geroepen voelen alsnog enige peuterperikelen te etaleren: catch!
Wat een verstikkende, bloederige strontaffaire die kleuterjaren van jou.
Voor een papa met kleuters thuis is dit niet echt comfortabel om te lezen lol …
‘k herinner me NIKS van die periode! Ik ben volkomen ‘normaal’ door die peuterjaren gegaan, denk ik. Ik heb pas herinneringen van NA mijn 5 jaar en dat zijn dan nog geen shockerende dingen, maar de gewone ‘ik heb de rode hond’ zaken dat ik niet begreep want ik had wel uitslag maar géén rode hond….
Leuk stokje met leuke anekdotes. Ik heb het ook nog liggen.
Ik herinner me ook zeer weinig van vroeger, vanaf 11 jaar wordt het pas wat duidelijker.
Ik sluit me aan bij Chantal.
En op jouw herinneringen heb ik maar één opmerking: “mohow seg!”
En jij hebt niet eens tuinmannetje gespeeld?
ik herinner mij ook niets levendigs meer van die periode, alleen via de spectaculaire verhalen achteraf.
Valse kroep heb ik trouwens ook gehad, met een nogal groots verhaal erbij… mss moet ik dat ook maar eens rondstrooien op m’n blog
Ja hallo, da’s ook wel de moeite wat jij hebt meegemaakt. Ik moet het stellen met een gebroken hiel en vele verstuikte -pijnlijke- enkels. Maar da’s niks in vergelijking met jouw heldhaftige verhalen
Ne mens maakt wat mee in zijn eerste 5 levensjaren!
Ferm dat je dat allemaal nog weet.
‘k Vind het een ludiek estafettestokje en de verhalen zijn fijn om te lezen. Misschien kom ik het houtje hier wel ooit eens oprapen. Ik zal me intussen wat pijnigen en eens in mijn verleden graven.
Tsss, ik weet al niet meer wat ik vorige week heb meegemaakt. Dat ziet er niet goed uit.
Wat ik mij altijd afvraag bij de dingen die ik te lezen krijg als antwoord op dit stokje is in hoeverre de blogger in kwestie zich die dingen ook daadwerkelijk herinnert. Toen ik voor mezelf enkele herinneringen probeerde naar boven te halen merkte ik dat veel zogenaamde herinneringen eigenlijk het resultaat waren van de vertellingen die mijn ouders of anderen er achterof over deden. Kan je mij nog volgen? Ahum. Je denkt dus dat je je dingen herinnert maar in feite herinner je je vooral de verhalen die er nog jaren over verteld werden.
Maar jouw herinneringen komen als echte herinneringen over.
Pfff, wat een vreemde reactie van mij op deze post.
Mijn eerste gedachte is : Allez, we mogen nog content zijn dat ‘m nog leeft.
Ma joengens toch. Vooral het feit dat ge niet totaal beginnen freaken zijt toen uw polsslagader in het rond aan het spuiten was.
Allez, waarschijnlijk wel, maar toch. Uw polsslagader en nen val van 2 meter, Jezus Christus.
Wat een geheugen heb jij!
En spreek je nog tegen je broer?
[...] las ik ook HIER schitterende kindertijdanekdotes en liet me in het reactieluik ontvallen dat ik dat doorgeefhoutje [...]
Heb jij ervaren ouders!
@ Blanche
Hahahahaaa, dat lijkt me de perfecte samenvatting, ja.
@ Henri
Confronterend, hè? Ga er voor je gemoedsrust maar van uit dat ik de uitzondering was die de regel bevestigde.
@ Blah
Ik herinner me slechts drie dingen over die periode, en die beschreef ik hierboven. Al de rest heb ik van horen zeggen.
@ Georgina
Benieuwd hoe de kleine Georgina was!
@ Chantal
Vanaf 11 jaar pas? Ik herinner me best nog heel veel van mijn lagere schooltijd, eigenlijk.
@ Elke
De naam van deze stek is dan ook weloverwogen gekozen.
@ Madame Commentatore
Voor mijn vijfde? Neuh. Tuinvernielertje wel, allicht.
@ Byeline
Strooi dat inderdaad maar eens rond. Benieuwd!
@ R.becca
Met heldhaftigheid had het allemaal weinig te maken, vrees ik. Veeleer met pechvogel zijn.
@ Margo
Da’s je kortetermijngeheugen maar, hoor.
@ Linn
Nee hoor, niet vreemd. Ik begrijp volkomen wat je bedoelt. Wat mijn ‘drie voor vijf’ betreft: het zijn wel degelijk dingen die ik me herinner, niet van de verhalen, maar echte, me nog zeer scherp voor de geest staande herinneringen.
@ Zapnimf
Dan zou je me eens moeten horen vertellen over de periode nà mijn vijfde levensjaar!
@ Ishku
Wees maar zeker dat ik freakte. Geen klein beetje, zelfs!
@ Veerle
Dat strontjoch en ik zijn de beste maatjes.
@ Chelone
You bet!
zelf ook een rits in mijn pols van het ‘katje-muur’ spelen (niet zonder gevaar, tikkertje), door het ruitje van de garage van de buren gevlogen, een hele zomer in het gips. Dat was 1976, bloedheet, alle buurkinderen plonzen en plezier maken en ik op de kant van de vijver, met mijn tenen in het water en mijn arm in een plastiek zak
Mijn aller aller aller vroegste herinnering:
Een donzig diertje wandelde op de vensterbank bij mijn grootouders.
Ik wilde dat strelen en op pakken en toen kreeg ik een prik….
van een hommel.
Een eigen herinnering want niemand heeft het daarna nog verteld.
Leuk verteld Menck, zoals steeds!
Hoe we die kinderjaren overleefd hebben … na alle verhalen gelezen te hebben.
Schitterend geschreven, zoals steeds.
Shit, broer is hilarisch
@ Yo
De verschrikkelijk hete zomer van ‘76 meegemaakt hebben met gips rond je arm, moet inderdaad een pijniging zijn geweest.
Allez, je was ook een ruitenduiker, dus.
@ Annemiek
Ik heb er ook een paar gekregen, hommel- en bijenprikken. Op eentje ervan reageerde ik zelfs behoorlijk allergisch. Maar ik was toen al 5+.
@ Micheleeuw
We waren toen nog kinderen voor wie honderduit ravotten geen begrip uit de verhaaltjes was, zoals voor veel kinderen nu. Lees in dat verband zeker eens de artikels in Humo van deze en vorige week.
@ Christophe
Wàs.